Vacature: onderzoeker (0,5 fte) voor een onderzoek naar de institutionele inbedding van de vakbeweging.

20-10-2019

De Burcht, Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging, zal het komende jaar onderzoek uitvoeren naar de institutionele inbedding van de vakbeweging en zoekt hiervoor een tijdelijk medewerker. De centrale vraag is of verschillen in institutionele inbedding van de vakbeweging in verschillende landen ertoe doen als het gaat om het realiseren van de doelen van de vakbeweging. Bij de institutionele inbedding van de vakbeweging gaat het zowel om het nationale niveau (zoals de SER), het sectorale niveau (zoals de rol bij bedrijfstak-cao’s) als het ondernemingsniveau (zoals ondernemings-cao’s en ondernemingsraden).

De totale omvang van het onderzoek bedraagt 0,5 fte. Deze formatie kan zowel op fulltime basis in een half jaar tijd worden ingevuld als op halftime basis in een jaar tijd. De vorm van het dienstverband wordt in onderling overleg vastgesteld. De medewerker kan voor de duur van het onderzoek een arbeidsovereenkomst krijgen met De Burcht, zij/hij kan bij De Burcht worden gedetacheerd of zij/hij kan de werkzaamheden op freelance basis verrichten.

Functieomschrijving
De onderzoeker zal zelfstandig studie verrichten naar het onderhavige onderzoeksthema. Deze studie zal in ieder geval de volgende activiteiten omvatten:
• het bestuderen van wetenschappelijke literatuur;
• het uitvoeren van statistische analyses;
• een vergelijking maken met andere landen;
• het verrichten van enkele case studies;
• het houden van interviews met deskundigen;
• het organiseren van een expertmeeting of workshop.

Het onderzoek wordt afgerond met het schrijven van een onderzoeksrapport dat voldoet aan gebruikelijke wetenschappelijke criteria (consistentie, objectiviteit, controleerbaarheid, bronvermelding), maar tevens toegankelijk is voor een breed publiek van professionals op het terrein van arbeidsverhoudingen. Het onderzoek zal worden begeleid door de wetenschappelijk directeur van het Wetenschappelijk Bureau, prof. Paul de Beer, en zal tevens worden beoordeeld door het Curatorium van het Wetenschappelijk Bureau.

Functievereisten
We zoeken een onderzoeker met een academische opleiding die ervaring heeft met het zelfstandig verrichten van onderzoek en die affiniteit heeft met de vakbeweging. Zij/hij dient over goede schrijfvaardigheden te beschikken. Kennis van het specifieke onderzoeksthema strekt tot aanbeveling. Over het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat tot doel heeft onderzoek te verrichten naar vraagstukken die voor de vakbeweging van strategische betekenis zijn. Het vervult een brugfunctie tussen de wetenschappelijke wereld en de wereld van de arbeidsverhoudingen, in het bijzonder de vakbeweging. Het onderzoeksprogramma van het Wetenschappelijk Bureau wordt afgestemd met de FNV, maar de verantwoordelijkheid voor het onderzoek en de resultaten ervan rust volledig bij het WB.

Nadere informatie
Nadere informatie over deze vacature kan worden ingewonnen bij de wetenschappelijk directeur van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging, Paul de Beer (tel. 06 81546974; email: p.t.debeer@uva.nl). Op aanvraag is ook een uitgebreidere beschrijving van de onderzoeksthema’s beschikbaar. Een nadere aanduiding van het onderzoeksthema is te vinden in de bijlage na deze vacaturetekst.

Sollicitatieprocedure
Kandidaten kunnen tot en met 20 oktober een brief met hun motivatie en een curriculum vitae sturen aan de wetenschappelijk directeur van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging, prof. Paul de Beer, bij voorkeur per email (p.t.debeer@uva.nl) of anders per post naar: De Burcht, Henri Polaklaan 9, 1018 CP Amsterdam, onder vermelding van: ‘vacature onderzoeker’.

Bijlage: De institutionele inbedding van de vakbeweging

Het onderzoek naar de institutionele inbedding van de vakbeweging richt zich op de positie die de vakbeweging inneemt in het sociaaleconomische bestel en de relatie die zij onderhoudt met andere actoren, in het bijzonder de werkgevers(organisaties) en de overheid. Institutionele inbedding heeft zowel betrekking op de relaties op macro- (nationaal) niveau (bv. deelname aan de SER en de STAR, overleg met de overheid), als op meso- (bedrijfstak-) niveau (bv. cao-overleg, deelname aan pensioenfondsbestuur) en op micro- (ondernemings-) niveau (bv. cao-overleg, rol van de OR/MR, deelname aan het ondernemingsbestuur). Hoewel het gemeenschappelijke kenmerk van corporatistische landen is, dat de vakbeweging een sterke institutionele inbedding heeft, verschilt de exacte vorm daarvan aanzienlijk tussen verschillende corporatistische landen. In dit onderzoek wordt onderzocht of deze verschillen in institutionele inbedding ertoe doen als het gaat om het realiseren van de doelen van de vakbeweging. Bij die doelen valt te denken aan zaken als loongroei, werkgelegenheidsgraad, kwaliteit van de arbeid, sociale zekerheid, inkomensongelijkheid en medezeggenschap. Een belangrijk aandachtspunt in dit onderzoek is, dat er niet per se een directe relatie hoeft te zijn tussen de mate waarin vakbondsdoelen worden gerealiseerd en de kracht van de vakbeweging. Het is zelfs denkbaar dat een relatief zwakke vakbeweging (bv. in termen van ledental en mobilisatievermogen) die sterk institutioneel is ingebed uiteindelijk meer van haar doelen weet te realiseren dan een sterke vakbeweging die veel minder institutioneel is ingebed. Het onderzoek zal allereerst een literatuurstudie omvatten, waarin de huidige stand van de kennis op basis van beschikbare politicologische, sociologische en economische studies in kaart wordt gebracht. In aanvulling hierop wordt een statistische analyse uitgevoerd, waarin de sociaaleconomische prestaties van landen worden vergeleken en gerelateerd aan de institutionele inbedding van de vakbeweging. Hierbij wordt enerzijds gebruik gemaakt van data van onder meer Eurostat en de OECD (voor de sociaaleconomische indicatoren) en anderzijds van de ICTWSS-database (voor indicatoren voor de institutionele inbedding). Ten slotte worden enkele case studies uitgevoerd. Deze kunnen zich zowel richten op specifieke sectoren als op bepaalde beleidsthema’s (bv. duurzame inzetbaarheid, de combinatie van arbeid en zorg, de loonongelijkheid of zeggenschap op het werk). Voor de case studies zal een klein aantal landen worden geselecteerd.

Top