Wetenschap+bureau

Wetenschappelijk bureau FNV: Flexwerk kost meer dan het oplevert

De overvloedige inzet door het bedrijfsleven van uitzendkrachten, zzp-ers en tijdelijke contracten levert geen duurzaam economisch voordeel op. Op korte termijn helpt flexibilisering bedrijven wel om hun arbeidskosten te verlagen en hun concurrentiepositie te versterken. Maar op langere termijn leidt een grote flexibele schil tot minder innovatie en lagere productiviteit.

Voor werknemers slaat de balans van onzeker werk al meteen negatief uit. Het gaat niet alleen gepaard met minder werk- en inkomenszekerheid, maar is ook schadelijk voor de gezondheid en kan tot meer ongevallen leiden.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van het rapport ‘Flexibilisering – De balans opgemaakt’ dat het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging De Burcht vandaag uitbrengt.

De publicatie bestaat uit twee literatuurstudies. De eerste, ‘De flexibele werknemer’, van de hand van Martin Olsthoorn, promovendus aan de Universiteit van Amsterdam, inventariseert de sociale gevolgen van verschillende vormen van flexibilisering. De tweede, ‘De flexbalans’ is in opdracht van FNV Bondgenoten en De Burcht geschreven door Ronald Dekker, onderzoeker aan het instituut Reflect van de Universiteit van Tilburg. Hij maakt de balans op van de economische kosten en baten van flexibel werk.

De belangrijkste conclusies van het rapport zijn:

·         Onzeker werk kan negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van flexwerkers, vooral laagopgeleiden met een zwakke onderhandelingspositie. Dit hangt samen met een verhoogd risico op ongevallen onder flexwerkers (o.a. bij nachtwerk), maar ook met stress als gevolg van baanonzekerheid en fysiek zwaar werk, waarvoor vaak flexwerkers worden ingeschakeld.

·          Onzeker werk kan een opstap bieden van werkloosheid naar werk en daardoor voor kansarme werklozen perspectief bieden op re-integratie. Echter, de doorstroom naar vast werk is de afgelopen tien jaar afgenomen en er is een serieus gevaar dat men voor langere tijd op precaire arbeid is aangewezen, dat weinig inkomens- en werkzekerheid biedt.

·         Voor scholieren en studenten biedt een flexibel contract (zoals uitzendwerk, oproepwerk en kleine deeltijdbanen) een goede mogelijkheid om dagonderwijs en werk te combineren. De werkonzekerheid en het gebrek aan doorstroming vormen voor hen doorgaans geen probleem, doordat zij pas na afstuderen aan een carrière (willen) beginnen.

·         Voor moeders met jonge kinderen bieden deeltijdwerk en variabele werktijden de mogelijkheid om betaald werk te combineren met de zorg voor kinderen. Vooral laagopgeleide moeders met een deeltijdbaan of oproepcontract in de detailhandel of de horeca lopen echter het risico te worden opgeroepen op tijden dat zij voor hun kinderen willen zorgen, hetgeen tot stress kan leiden.

·         De gevolgen van onzeker werk voor de tweedeling op de arbeidsmarkt zijn niet eenduidig. Flexwerk kan aan kansarme werklozen perspectief op werk bieden. Echter, groei  ervan leidt niet tot een groter aantal banen, maar gaat ten koste van het aantal vaste banen. Dit kan de tweedeling tussen werkenden met een vaste baan enerzijds en flexwerkers en werklozen anderzijds verscherpen. 

·         Op langere termijn is de balans van voordelen en nadelen van flexwerk negatief. De nadelen voor werknemers zijn evident (vooral doordat minder wordt geïnvesteerd in hun scholing), terwijl ook bedrijven op langere termijn nadelen ondervinden door verlies aan innovatievermogen en concurrentiekracht.

‘Flexibilisering – De balans opgemaakt’ is de eerste publicatie van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging De Burcht dat begin dit jaar door de FNV is opgericht. Het Wetenschappelijk Bureau is gevestigd in de Burcht van Berlage en doet onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar strategische vraagstukken op het terrein van arbeid en inkomen.

U kunt de publicatie bestellen door een mail te sturen naar info@deburcht.nl. Graag uw naam en adres vermelden. De kosten bedragen 15 euro, exclusief verzendkosten.

 

Wetenschap+bureau

Wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging

De Burcht wil als wetenschappelijk bureau trends monitoren voor de vakbeweging en is op dit moment volop bezig met het vormgeven van dit toekomstplan.

Vergrijzing, outsourcing en offshoring, flexibilisering, marktwerking, technologische en sociale innovatie, globalisering, migratie, toenemende diversiteit, arbeid en zorg, individualisering zijn catch-words, waarachter een scala aan bedreigingen maar ook aan kansen schuilgaat. Een sterke vakbeweging heeft antwoorden op deze bedreigingen en kansen.

Doel

De FNV wil een heldere visie ontwikkelen op het soort arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen dat zij in Nederland – en Europa – op langere termijn zou willen realiseren. Daartoe zal zij wetenschappelijke en praktische kennis met elkaar combineren en zal De FNV naast de actie ook aandacht vrijmaken voor de zogenaamde trage vraagstukken van de arbeid.

Een wetenschappelijk bureau

Een wetenschappelijk bureau - zoals ook enkele politieke partijen dat kennen - kan deze rol bij uitstek vervullen. Door een relatieve onafhankelijkheid en afstand kan het vraagstukken op het gebied van arbeidsverhoudingen analyseren vanuit een lange termijn perspectief en sociale inslag en hierover adviseren. Een wetenschappelijk bureau fungeert als schakel tussen wetenschap en de vakbeweging. Het is zelf verantwoordelijk voor publicaties en voor de standpunten die het uitdraagt. Het onderzoeksprogramma wordt echter in samenspraak vastgesteld.

Schakel

 Het bureau is er niet in de eerste plaats voor om eigen empirisch onderzoek te verrichten  - al kan dit incidenteel wel degelijk nuttig of nodig zijn - , maar vooral moet het voortbouwen op het onderzoek dat in andere onderzoeksinstellingen wordt verricht. Het wetenschappelijk bureau van de FNV zal de schakel vormen tussen de wetenschappelijke wereld en de wereld van de arbeidsverhoudingen, in het bijzonder de vakbeweging. Behalve door het schrijven van onderzoeksrapporten zal dit ook vorm krijgen door het organiseren van discussiebijeenkomsten en conferenties en het coördineren van een netwerk van onderzoekers die deskundig en geïnteresseerd zijn op het gebied van arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen.

Organisatie

De Burcht is in 2011 van start gegaan als wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging met als directeur Paul de Beer. Hij begint met een kleine bezetting van  tijdelijke (onderzoeks)medewerkers van de kant van de vakbeweging (gedetacheerd) en uit de wetenschap (post-doc en studenten).

Samenwerking

Intensieve samenwerking met de bonden en met de wetenschappelijke wereld is nodig evenals het werven van fondsen om onderzoek en activiteiten mogelijk te maken. Het spreekt voor zich dat het wetenschappelijk bureau de samenwerkingsverbanden die de Burcht al heeft opgebouwd voortzet, zoals met het AIAS, Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies van de Universiteit van Amsterdam en het Henri Polak Instituut – dat ook gevestigd is in De Burcht.

Governance

De formele verantwoordelijkheid voor De Burcht ligt bij het bestuur. Dit is samengesteld uit vertegenwoordigers van de FNV. Daarnaast wordt een curatorium ingesteld, dat toezicht houdt op het onderzoek van De Burcht. Het curatorium zal bestaan uit circa acht leden uit de gremia van de wetenschap, de vakbeweging en het bedrijfsleven. Het curatorium stelt het onderzoeksprogramma van het wetenschappelijk bureau vast en beoordeelt het verrichte onderzoek zowel op wetenschappelijke kwaliteit als op maatschappelijke relevantie. Het curatorium bewaakt tevens de wetenschappelijke onafhankelijkheid van het bureau.